Maandag, 20/04/2026 - 09:01

De dagbladen van dien tijd, welke zeiden, dat de barricade der straat Chanvrerie, „dit schier oninneembare gewrocht,” zooals zij ’t noemden, tot aan de eerste verdieping van een huis reikte, hebben zich vergist. Zij was werkelijk niet hooger dan zes of zeven voet. Zij was zoodanig opgeworpen, dat de strijders of er achter verdwijnen, of de versperring beheerschen konden, en zelfs er den top van bestijgen, langs vier rijen straatsteenen, die van binnen als een trap opeen waren gestapeld. Van buiten had het front der barricade, welke, uit stapels straatsteenen en tonnen samengesteld, door balken en planken verbonden was, die in de wielen der kar van Anceau en den omvergeworpen omnibus waren gestoken, een steil, ontoegankelijk voorkomen.

Een opening, genoegzaam om één persoon door te laten, was tusschen den muur der huizen en het einde der barricade gelaten, waardoor men er kon in- en uitgaan. De boom van den omnibus was met touwen overeind gebonden, en een roode vlag, daaraan vastgehecht, wapperde boven de barricade.

De kleine barricade Mondétour, die achter de herberg was verborgen, viel niet in ’t gezicht. Deze beide vereenigde barricaden vormden een wezenlijke redoute. Enjolras en Courfeyrac hadden het onnoodig geoordeeld het ander gedeelte der straat Mondétour te barricadeeren, dat in de straat des Prêcheurs op de Halles uitloopt, vermoedelijk om zoo mogelijk een gemeenschap met buiten te behouden, en weinig beducht van in de gevaarlijke en moeielijke steeg des Prêcheurs aangevallen te worden.

Uitgezonderd dezen opengebleven uitgang, benevens de enge snijding in de straat Chanvrerie, vertoonde het inwendige der barricade, waarin de herberg uitliep, een aan alle zijden gesloten onregelmatig vierkant. Tusschen de groote versperring en de hooge huizen, die den achtergrond der straat vormden, was een ruimte van omstreeks twintig schreden, zoodat de barricade gezegd kon worden tegen deze huizen te leunen, die alle bewoond, doch van onder tot boven gesloten waren.

Dit geheele werk werd zonder eenige belemmering in minder dan een uur voltooid, en zonder dat deze handvol stoutmoedige mannen een berenmuts of bajonnet zagen te voorschijn komen. De weinige burgers, welke zich op dit tijdstip van het oproer nog in de straat St. Denis waagden, sloegen een blik in de straat Chanvrerie, bespeurden de barricade en versnelden hun schreden.

Toen de twee barricaden voltooid waren en de vlag er van woei, droeg men een tafel uit de herberg, en Courfeyrac klom op die tafel. Enjolras bracht het vierkante koffertje en Courfeyrac opende het. Dat koffertje was vol patronen. Toen men de patronen zag, doorliep een rilling zelfs de moedigsten, en er ontstond een oogenblik stilte.

Glimlachend deelde Courfeyrac ze uit.

Ieder ontving dertig patronen. Velen hadden buskruit en maakten er nog meer patronen van, met de kogels, die men goot. Het vaatje buskruit stond ter zijde op een andere tafel bij de deur, en men hield dit in voorraad.

De alarmtrom, die door geheel Parijs werd geslagen, hield niet op, doch eindelijk werd dit voor hen een eentonig geluid, waarop zij geen acht meer sloegen. Nu eens verwijderde het zich, dan kwam het weer nader, met sombere afwisseling van toon.

Men laadde de karabijnen en geweren zonder overijling en met ernstige plechtigheid. Enjolras plaatste drie schildwachten buiten de barricade, een in de straat Chanvrerie, de tweede in de Predikerstraat, de derde aan den hoek der kleine Truanderie.

Toen nu de barricades gereed, de posten aangewezen, de geweren geladen, de schildwachten uitgezet waren, wachtten zij gewapend, stoutmoedig, gerust, alleen in deze vreeselijke straten, waar niemand meer kwam, omgeven door deze doodsche, als uitgestorven huizen, waarin geen menschelijk leven vernomen werd, gehuld in de toenemende avondschaduwen, te midden van deze duisternis en stilte, waarin men iets onheilspellends en schrikbarends voelde naderen.

 

 



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *