Maandag, 20/04/2026 - 09:06

De bouwing van het Parijsche riool was geen kleine zaak. De tien laatste eeuwen hebben er aan gearbeid, zonder het te kunnen voltooien, evenmin als zij Parijs hebben voltooid. Het riool ontvangt inderdaad de terugwerking der uitbreiding van Parijs. In de aarde is ’t een soort van polyp met duizend sprieten, die gelijkertijd met de stad daarboven grooter wordt. Telkens wanneer de stad een nieuwe straat aanlegt, steekt het riool een arm uit. De oude monarchie had slechts drie-en-twintig duizend driehonderd ellen riool gebouwd; zoo ver was Parijs daarmede den 1 Januari 1806. Van dit tijdstip af, waarvan wij aanstonds zullen spreken, is het werk met kracht hervat en voortgezet; Napoleon bouwde—de cijfers zijn merkwaardig—vier duizend achthonderd vier ellen; Lodewijk XVIII vijf duizend zevenhonderd negen; Karel X tien duizend achthonderd zes-en-dertig; Lodewijk Filips negen-en-tachtig duizend twintig; de republiek van 1848 drie-en-twintig duizend driehonderd een-en-tachtig; de tegenwoordige regeering zeventig duizend vijfhonderd; zoodat er op dit oogenblik gezamenlijk tweehonderd zes-en-twintig duizend zes-honderd tien ellen, (zestig mijlen) riool zijn; de ontzaggelijke ingewanden van Parijs. Een duistere, steeds werkzame aangroei; een onbekende reusachtige bouw.

Men ziet dus, dat de onderaardsche doolhof van Parijs tegenwoordig meer dan tienmaal grooter is dan bij den aanvang dezer eeuw. Men kan zich moeielijk voorstellen, hoeveel volharding en moeite vereischt werden, om dat riool tot het punt van betrekkelijke volmaaktheid te brengen, waarop het thans is. Met veel moeite gelukte het aan het oude monarchale prevootschap, en in de laatste tien jaren der achttiende eeuw aan de revolutionnaire mairie, om de vijf mijlen riool te bouwen, die vóór 1806 bestonden. Allerlei hinderpalen belemmerden dat werk; eenige hingen van den aard van den bodem af, andere lagen in de vooroordeelen der arbeidende bevolking van Parijs. [104]Parijs is op een grondlaag gebouwd, die zich ongemeen tegen de spade, het houweel en de menschelijke hand verzet. Er is niets moeielijker te doordringen dan deze geologische vorming, welke Parijs wordt genoemd; zoodra, onder dezen of genen vorm, het werk zich in deze vorming waagt, vindt het ontelbare onderaardsche hindernissen. ’t Zijn vloeibaar leem, springende bronnen, harde rotsen, zachte en diepe slijk- en modderpoelen. Het houweel dringt moeielijk in de kalklagen, welke vermengd zijn met zeer dunne aderen leem, en leiachtige lagen waarin zich oesterschelpen bevinden, de bewoners der proadamitische zeeën. Vaak ontspringt plotseling een beekje in het begonnen gewelf en overstroomt de werklieden; of er ontstaat een mergelvloeiing die met de kracht van een waterval nederstort en de dikste schoorbalken als glas verbreekt. Onlangs, toen men te la Villette het hoofdriool onder het kanaal van Saint Martin moest brengen, ontstond een scheur in het bekken van het kanaal, het water stroomde eensklaps in de onderaardsche werkplaats; toen moest met een duiker de scheur worden gezocht, die zich in het groote bekken bevond, en met veel moeite werd zij gedicht. Elders, aan de Seine, tamelijk ver van die rivier, zooals bij voorbeeld te Belleville, Grande Rue en Passage Lunière, ontmoet men grondelooze zandbanken, waarin men zakt en in een oogenblik verdwijnen kan. Daarbij rekene men de verstikking in deze pestdampen, de bedelving onder de aardstortingen, en de plotselinge instorting van den bodem. Men voege hierbij de typhus, die langzaam de arbeiders doordringt. Na, in onzen tijd, de linie riolen van de barrière Blanche tot den weg van Aubervilliers in vier maanden, dag en nacht arbeidende, tot een diepte van elf ellen te hebben gebouwd, stierf de bestuurder Monnot. Na drie duizend ellen riool op alle punten der stad gebouwd te hebben, stierf de ingenieur Duleau. Er zijn geen bulletins voor dergelijke moedige daden, die echter nuttiger zijn dan het domme bloedbad der veldslagen.

De riolen van Parijs waren in 1832 volstrekt niet wat zij thans zijn. Bruneseau had den stoot gegeven, maar de cholera moest komen, om tot de uitgebreide herbouwing te doen besluiten, die sinds plaats had.

Dertig jaren geleden, op het tijdstip van den opstand van 5 en 6 Juni, bestond op vele plaatsen bijna nog het oude riool. Een zeer groot getal straten hadden toen eenvoudige goten. Men vond toen bij den samenloop van een straat of plein groote, vierkante roosters, met dikke ijzeren spijlen, die, door de voetstappen der menigte gepolijst, gevaarlijk en glibberig voor de rijtuigen waren en de paarden deden vallen. De [105]officiëele taal van het departement der openbare werken, gaf aan deze roosters den veelbeteekenenden naam van Cassis (halsbrekers).

In 1832 vertoonde in een aantal straten het oude gothieke riool nog onbeschaamd zijn muilen. ’t Waren groote steenen openingen, soms met monumentale onbeschaamdheid door straatpalen omgeven.

Behalve den staatkundigen vooruitgang, waarop wij bij den aanvang hebben gewezen, zijn ernstige vraagstukken omtrent de openbare gezondheidstoestand aan deze gewichtige zaak: „het riool van Parijs”, verbonden.

Men zou kunnen zeggen dat sedert tien eeuwen het riool de ziekte van Parijs is. Het riool is de ondeugd, welke de stad in haar bloed heeft. Het volksinstinct heeft zich daarin nooit bedrogen. Het beroep van baggerman was vroeger even gevaarlijk en voor het volk even walgelijk als het beroep van vilder, dat zoo lang verfoeid en aan den beul overgelaten werd. Er werd een hoog loon vereischt om een metselaar over te halen, in deze verpeste mijn te dringen; de ladder van den putruimer aarzelde er in te dalen; men had tot spreekwoord: „wie in het riool nederdaalt, zinkt in den grafkuil;” en allerlei akelige legenden omsluierden, zooals wij gezegd hebben, met ontzetting dezen kolossalen modderpoel, die de sporen draagt, zoowel der omwentelingen van den aardbol als der revolutiën van de menschen, en waar men tevens de sporen vindt van alle wereldberoeringen, van de schulpen des zondvloeds tot het gescheurde bedlaken van Marat.

 



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *