Zondag, 19/04/2026 - 23:20

Boek III. Het huis in de straat plumet


Hoofdstuk I. Het verborgen huis

Omstreeks het midden der vorige eeuw had een president van het parlement te Parijs eene maîtresse, welke hij verborg; want in dien tijd vertoonden de groote heeren hun maitressen, en de burgers verborgen ze. Hij liet een huis bouwen in de voorstad Saint Germain, in de eenzame straat Blomet, die...

Hoofdstuk III. Bladeren en bloesems

Deze alzoo sedert een halve eeuw aan zich zelven overgelaten tuin was inderdaad buitengewoon en fraai geworden. Veertig jaren geleden bleven de voorbijgangers in de straat staan om hem te bezien, zonder te vermoeden, welke geheimen achter zijn frisch, dicht struikgewas scholen. Menig denker heeft...

Hoofdstuk V. De roos bespeurt dat zij een wapen is[356]

Op zekeren dag zag Cosette toevallig in den spiegel en zeide: „He!” Het kwam haar bijna voor, dat zij mooi was! Dit bracht haar in een zonderlinge onrust. Tot hiertoe had zij aan haar gezicht niet gedacht. Zij zag in den spiegel, maar nam zich niet op. Bovendien had men haar dikwerf gezegd, dat...

Hoofdstuk VI. De veldslag begint

Cosette was in haar duisternis, gelijk Marius in de zijne, volkomen gereed om in gloed te geraken. Het lot bracht langzaam, met zijn geheimzinnig, onfeilbaar geduld, deze twee wezens bijeen, beiden vervuld en kwijnend van de verwoestende electriciteit van den hartstocht, welke de liefde in zich...

Hoofdstuk VIII. De galeiketen

De ongelukkigste van beiden was Jean Valjean. De jeugd heeft zelfs in haar verdriet altijd nog een helderheid. In zekere oogenblikken leed Jean Valjean zóóveel, dat hij kinderachtig werd. ’t Is het eigenaardige der smart, dat zij de kinderlijke zijde van den mensch weder te voorschijn roept....

Hoofdstuk VII.Tegen treurigheid nog grooter treurigheid

Iedere toestand heeft een bijzonder instinct. De oude, eeuwige moeder natuur verwittigde Jean Valjean heimelijk van Marius’ tegenwoordigheid. Jean Valjean beefde in het diepst zijner gedachte. Jean Valjean zag, wist niets, en beschouwde evenwel met halsstarrige oplettendheid de duisternis waarin...

Hoofdstuk IV. Verandering van het hek

Het scheen of deze tuin, eertijds geschapen om onzedelijke verborgenheden te omsluieren, was herschapen en geschikt geworden om kuische verborgenheden te beschermen. Er waren geen priëelen, geen grasperken, geen hutjes, geen grotten meer; maar er was een heerlijke duisternis, die als een sluier...