Boek V. Het nut des ongeluks
Hoofdstuk II. Marius is arm
’t Is met de armoede als met alles. Zij wordt eindelijk mogelijk. Ten laatste begint ze een vorm aan te nemen en gewent men er zich aan. Men leidt een plantenleven, dat is, men ontwikkelt zich zwak en slechts genoeg om in ’t leven te blijven. Ziehier op welke wijze Marius de Pontmercy zijn...
Hoofdstuk V. Armoede is een goede gebuur voor ellende
Marius had genegenheid opgevat voor den goeden grijsaard, die langzamerhand tot behoeftigheid verviel en zich allengs verwonderde, zonder zich echter erg te bedroeven. Marius ontmoette Courfeyrac en zocht Mabeuf op. Zeer zelden evenwel; hoogstens een paar keeren in de maand. Marius deed in zijn...
Hoofdstuk VI. De plaatsvervanger
Het toeval wilde, dat het regiment, waarbij de luitenant Theodule behoorde, te Parijs in garnizoen kwam. Dit gaf tante Gillenormand gelegenheid, ten tweedenmale een plan te vormen. Den eersten keer had zij verzonnen, om Marius door Theodule te laten bespieden; nu besloot zij Theodule in Marius’...















