Tag: Boek I. Een rechtvaardige
Hoofdstuk I. M. Myriel
In het jaar 1815 was de heer Charles-François-Bienvenu Myriel bisschop van Digne. Hij was een grijsaard van omstreeks vijf en zeventig jaren en bekleedde de waardigheid van bisschop sedert 1806. Hoewel deze bijzonderheid eigenlijk niets te maken heeft met de hoofdzaak van ons verhaal, heeft het...
Hoofdstuk II. Mijnheer Myriel wordt Monseigneur Bienvenu
Het Bisschoppelijk paleis te D. grensde aan het gasthuis. Het Bisschoppelijk paleis was een groot, fraai hôtel, in ’t begin der vorige eeuw gebouwd door Monseigneur Henri Puget, docter in de theologie bij de faculteit van Parijs en abt van Simore, die in 1712 bisschop van D. was. Dit paleis was...
Hoofdstuk III. Een goede bisschop heeft een moeielijk ambt
Hoewel de bisschop zijn equipage in aalmoezen had omgezet, deed hij toch zijn rondreizen. Het bisdom Digne is zeer moeielijk te bereizen. Er zijn weinig vlakten en veel bergen, schier geen gebaande wegen, gelijk reeds gezegd is; twee-en-dertig pastorieën, één-en-veertig vicariaten en tweehonderd...
Hoofdstuk IV. De werken en de woorden één!
In den omgang was hij vriendelijk en vroolijk. Hij schikte zich naar de bevatting der beide oude vrouwen, die haar leven bij hem doorbrachten; wanneer hij lachte, was ’t de hartelijke lach van den knaap. Magloire noemde hem gaarne Uwe Hoogheid. Op zekeren dag stond hij op van zijn stoel en ging...
Hoofdstuk V. Waarom Monseigneur Bienvenu te lang zijn priesterrokken draagt
In het huiselijk leven waren Myriels gevoelens dezelfde als in zijn openbaar leven. De vrijwillige armoede, waarin de bisschop van Digne leefde, zou voor ieder, die hem van nabij had kunnen gadeslaan, een ernstig en bekoorlijk schouwspel zijn geweest. Gelijk alle oude lieden en de meeste denkers,...
Hoofdstuk VII. Cravatte
Hier doet zich als van zelve een feit voor, dat wij niet over ’t hoofd mogen zien; want ’t behoort tot dezulken, die het best aantoonen, welk een man de bisschop van D. was. Na de onderwerping der rooverbende van Gaspard Bès, die de bergengten van Ollioules onveilig had gemaakt, nam een zijner...
Hoofdstuk VIII. Wijsbegeerte na tafel
De senator, van wien reeds gesproken is, was een schrander man, die zijn weg rechtuit was gegaan, zonder te letten op de beletselen, welke men geweten, trouw, rechtvaardigheid of plicht noemt; hij was regelrecht op zijn doel afgegaan, zonder een enkele maal met het oog op zijne bevordering en op...
Hoofdstuk IX. De broeder door de zuster geschilderd
Om een denkbeeld te geven van het huiselijk leven des bisschops van Digne en hoe de beide vrome vrouwen zich in haar handelingen, gedachten, zelfs in haar lichtgevoelig vrouwelijk instinct, naar de gewoonten en inzichten van den bisschop voegden, zonder dat hij ze in woorden behoefde uit te...
Hoofdstuk X. De bisschop tegenover een onbekend licht
Op een tijdstip kort na den datum van den hiervoren medegedeelden brief deed de bisschop iets, dat, althans naar de meening der geheele stad, nog veel gewaagder was dan zijn tocht door het gebergte, waar zich de roovers ophielden. Nabij Digne op het land, woonde iemand in volstrekte eenzaamheid....
Hoofdstuk XI. Een voorbehoud
Men zou zich grootelijks vergissen, indien men nu wilde besluiten, dat Monseigneur Bienvenu een „wijsgeerig bisschop,” een „patriottisch pastoor was.” Zijn ontmoeting met het Conventielid G., welke ontmoeting men schier met het samentreffen van twee planeten kan vergelijken, had een soort...
Hoofdstuk XII. Monseigneur Bienvenu in de afzondering
Een bisschop is bijna altijd omgeven door een schaar jonge geestelijken, gelijk een generaal door een zwerm jonge officieren. De waardige Franciscus van Sales noemt dezen ergens „melkmuilpriesters.” Elke loopbaan heeft haar aspiranten, welke het gevolg vormen van hen, die het doel reeds bereikt...
Hoofdstuk XIII. Wat hij geloofde
Uit het oogpunt der orthodoxie hebben wij den bisschop van Digne niet te onderzoeken. Voor een ziel als de zijne kunnen wij slechts eerbied gevoelen. Het geweten van den rechtvaardige laat zich niet door woorden beoordeelen. Voor ’t overige nemen wij de mogelijke ontwikkeling van alle...
Hoofdstuk XIV. Wat hij dacht
Een laatste woord. Dewijl deze soort van bijzonderheden, vooral in den tegenwoordigen tijd, den bisschop van Digne een schijn van „pantheïsme” geven – om een woord, dat thans zeer in de mode is, te gebruiken – en, hetzij tot zijn blaam of zijn lof, konden doen gelooven, dat hij...
Hoofdstuk VI. Door wie hij zijn huis liet bewaren
Het huis, dat hij bewoonde, had slechts, zooals reeds gezegd is, twee verdiepingen, en bestond uit drie benedenvertrekken, drie kamers op de tweede verdieping, en daarboven een zolder. Achter het huis was een tuin. De beide vrouwen hadden de eerste verdieping in gebruik. De bisschop huisde beneden....















