Boek III. De grootvader en de kleinzoon
Hoofdstuk I. Een voormalig salon
Toen mijnheer Gillenormand nog in de straat Servandoni woonde, bezocht hij verscheidene aanzienlijke en adellijke kringen. Hij werd er, schoon hij tot den burgerstand behoorde, ontvangen. Wijl hij een dubbele geestigheid had, namelijk die welke hij bezat en die welke men hem toeschreef, werd hij...
Hoofdstuk II. Een der roode spoken van dien tijd
Zoo iemand in dien tijd het stadje Vernon door en de schoone monumentale brug over ware gegaan, die, naar wij hopen, spoedig door een leelijke hangbrug van ijzerdraad vervangen zal worden, en dan een blik over de borstwering geslagen had, zou hij een man van vijftigjarigen ouderdom hebben kunnen...
Hoofdstuk III. Requiescant
De salon van mevrouw de T. was al wat Marius Pontmercy van de wereld kende. ’t Was de eenige opening, door welke hij het leven kon inzien. Deze opening was donker, en hij ontving er meer koude dan warmte, meer duisternis dan licht door. Dit kind, enkel vreugd en licht, toen hij in deze...
Hoofdstuk IV. De bandiet sterft
Het einde van Marius’ klassieke studie viel samen met de verwijdering van den heer Gillenormand uit de groote wereld. De grijsaard nam afscheid van de voorstad St. Germain en den salon van mevrouw T… en betrok het huis in de straat des Filles-du-Calvaire in het Marais. Hij had er, behalve...
Hoofdstuk V. Om revolutionair te worden, is ’t zeer goed de mis bij te wonen
Marius had de godsdienstige gewoonten zijner jeugd behouden. Op een Zondag, toen hij in St. Sulpice de mis ging hooren, en wel in dezelfde kapel der H. Maagd, waarheen zijn tante hem geleidde toen hij nog klein was, was hij dien dag afgetrokkener en peinzender dan ooit achter een pilaar...
Hoofdstuk VI. Wat er van komt, als men een kerkmeester ontmoet
Waarheen Marius ging zal men iets verder zien. Marius was drie dagen afwezig: toen kwam hij te Parijs terug, ging regelrecht naar de bibliotheek der universiteit en vroeg de verzamelde Moniteurs. Hij las den Moniteur, hij las de geheele geschiedenis van Republiek en Keizerrijk, het dagboek van...
Hoofdstuk VII. Een vrouw in ’t spel
Wij hebben van een lansier gesproken. Deze was een achterneef van vaders zijde van den heer Gillenormand, die zonder gezin en ver van den huiselijken haard een garnizoensleven leidde. De luitenant Théodule Gillenormand voldeed aan al de voorwaarden, die vereischt worden om een mooi officier te...















