Maandag, 20/04/2026 - 04:23

Men weet wie in de doodkist was. Jean Valjean.

Hij had zich zoo ingericht, dat hij er in ’t leven blijven en met moeite ademen kon.

’t Is opmerkelijk welk een gerustheid de overtuiging schenkt. Het door Jean Valjean den vorigen avond beraamde plan ging naar wensch. Hij rekende, gelijk Fauchelevent, op den ouden Mestienne. Hij twijfelde volstrekt niet aan een goede uitkomst. Er kon geen gevaarlijker toestand, maar ook geen grooter gerustheid zijn.

De vier planken van een doodkist bevatten een vreeselijke rust, en ook Jean Valjeans gerustheid had iets van de rust der dooden.

In deze doodkist had hij al de tooneelen van dit vreeselijk drama kunnen volgen, die hij met den dood speelde.

Kort nadat Fauchelevent het deksel op de kist had gespijkerd, voelde Jean Valjean dat hij weggedragen en voortgereden werd. Toen het schokken verminderde, begreep hij, dat men van de straatsteenen op den zandweg, namelijk uit de straat op den boulevard was gekomen. Een dof gerommel deed hem vermoeden, dat men over de brug van Austerlitz reed. Toen men stil hield, begreep hij dat men aan het kerkhof was, en toen men weder stil hield, dacht hij: hier is de grafkuil.

Eensklaps voelde hij dat de doodkist werd aangevat, vervolgens hoorde hij ruw over de planken strijken en hij vermoedde dat het een touw was, ’t welk men om de kist sloeg om ze in den kuil neder te laten. Toen volgde een soort van verdooving. Waarschijnlijk hadden de dragers de doodkist met het hoofdeinde benedenwaarts gehouden en ze zoo in den kuil laten nederdalen. Zoodra hij zich weder in een horizontale richting bevond, kwam hij weder tot bewustheid. Hij lag nu op den bodem van ’t graf en voelde een kille huivering.

Een ijskoude plechtige stem verhief zich boven hem. Hij hoorde tamelijk duidelijk de volgende latijnsche woorden die hij niet verstond:

Qui dormiunt in terrae pulvere, evigilabunt; alii in vitam aeternam, et alii in opprobrium, ut videant semper.

Een kinderstem zeide:

De profundis.

De plechtige stem hernam:

Requiem aeternam dona ei, domine.

De kinderstem antwoordde:

Et lux perpetua luceat ei.

Hij hoorde op het deksel der kist iets als het gekletter van eenige regendroppels. ’t Was waarschijnlijk het wijwater.

Hij dacht: ’t zal spoedig gedaan zijn; nog een weinig geduld. De priester zal zich verwijderen en Fauchelevent met Mestienne naar de herberg gaan. Men zal mij alleen laten. Dan zal Fauchelevent alleen terugkomen en mij verlossen. Er zal ruim een uur mede verloopen.

De plechtige stem hernam:

Requiescat in pace.

De kinderstem antwoordde:

Amen.

Jean Valjean spitste het oor en vernam niets dan voetstappen die zich verwijderden.

Nu gaan zij, dacht hij; ik ben alleen.

Eensklaps hoorde hij boven zijn hoofd een gerucht als het rollen des donders

’t Was een schop aarde die op de doodkist viel.

Een tweede schop volgde.

Een der gaatjes waardoor hij ademde werd verstopt

Een derde schop aarde viel.

Toen een vierde.

Er zijn dingen, sterker dan de sterkste man. Jean Valjean verloor het bewustzijn.

 



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *