Tag: Boek VIII. De kerkhoven nemen wat men ze geeft
Hoofdstuk I. Hoe men in het klooster komt
’t Was in dit huis, waarin Jean Valjean, zooals Fauchelevent had gezegd „uit den hemel was gevallen.” Hij was over den muur geklommen, die den hoek der straat Polonceau vormt. Het engelengezang, dat hij te midden van den nacht had gehoord, was de metten geweest, welke de nonnen zongen; de...
Hoofdstuk II. Fauchelevent tegenover een bezwaar
Een uitdrukking van bezorgdheid en ernst op het gelaat is in gewichtige omstandigheden aan sommige karakters en aan sommige standen eigen, bijzonder aan priesters en religieusen. Toen Fauchelevent binnentrad, vertoonde zich deze dubbele uitdrukking op het gelaat der priorin, de vriendelijke,...
Hoofdstuk III. Moeder Innocentia
Er verliep ongeveer een kwartieruurs. De priorin kwam terug en zette zich op den stoel. Beiden, zij en Fauchelevent, schenen ijverig met hun gedachten bezig. Wij deelen zoo juist mogelijk het volgende gesprek tusschen beiden mede: „Vader Fauvent?” „Eerwaardige moeder?” „Gij kent de...
Hoofdstuk IV. Jean Valjean heeft het voorkomen alsof hij Austin Castillejo had gelezen
De voetstappen van hinkenden zijn gelijk aan de lonken van éénoogigen; zij bereiken niet spoedig het doel. Fauchelevent was daarbij in groote verlegenheid. Het duurde langer dan een kwartier eer hij aan zijn huisje in den tuin was. Cosette was wakker. Jean Valjean had haar voor het vuur gezet....
Hoofdstuk V. Dronkenschap is niet voldoende om onsterfelijk te zijn
Den volgenden dag, toen de zon onderging, namen de weinigen die op den Boulevard du Maine gingen den hoed af voor een ouderwetsche lijkkoets, die met doodshoofden en doodsbeenderen versierd was. In deze lijkkoets was een doodkist met een wit lijkkleed overdekt, waarop een groot zwart kruis, dat...
Hoofdstuk VI. Tusschen vier planken
Men weet wie in de doodkist was. Jean Valjean. Hij had zich zoo ingericht, dat hij er in ’t leven blijven en met moeite ademen kon. ’t Is opmerkelijk welk een gerustheid de overtuiging schenkt. Het door Jean Valjean den vorigen avond beraamde plan ging naar wensch. Hij rekende, gelijk...
Hoofdstuk VII. Zich niet van zijn stuk laten brengen
Zie hier wat boven de doodkist gebeurde, waarin Jean Valjean lag. Toen de lijkkoets zich verwijderd had en de priester met den koorknaap in het rijtuig gestegen en vertrokken waren, zag Fauchelevent, die zijn oogen niet van den doodgraver had gewend, hem bukken en de spade nemen die rechtop in den...
Hoofdstuk VIII. Het goed afgeloopen verhoor
Een uur later, toen het pikdonker was, vertoonden zich twee mannen en een kind aan de deur van No. 62 in de kleine Picpus-straat. De eerste dezer mannen lichtte den klopper op en maakte gerucht. ’t Waren Fauchelevent, Jean Valjean en Cosette. Beide mannen hadden Cosette van de groentevrouw in de...
Hoofdstuk IX. Besluit
Cosette bewaarde ook in het klooster het zwijgen. ’t Was natuurlijk, dat zij zich Valjeans dochter waande. Wijl zij overigens niets wist, kon zij niets zeggen en zou in allen geval niets gezegd hebben. Wij hebben het reeds gezegd, er is niets dat de kinderen beter geheimhouding leert dan het...















