Zondag, 19/04/2026 - 23:13

Tag: Boek III. De grootvader en de kleinzoon

Hoofdstuk I. Een voormalig salon

Toen mijnheer Gillenormand nog in de straat Servandoni woonde, bezocht hij verscheidene aanzienlijke en adellijke kringen. Hij werd er, schoon hij tot den burgerstand behoorde, ontvangen. Wijl hij een dubbele geestigheid had, namelijk die welke hij bezat en die welke men hem toeschreef, werd hij...

Hoofdstuk II.  Een der roode spoken van dien tijd

Zoo iemand in dien tijd het stadje Vernon door en de schoone monumentale brug over ware gegaan, die, naar wij hopen, spoedig door een leelijke hangbrug van ijzerdraad vervangen zal worden, en dan een blik over de borstwering geslagen had, zou hij een man van vijftigjarigen ouderdom hebben kunnen...

Hoofdstuk III. Requiescant

De salon van mevrouw de T. was al wat Marius Pontmercy van de wereld kende. ’t Was de eenige opening, door welke hij het leven kon inzien. Deze opening was donker, en hij ontving er meer koude dan warmte, meer duisternis dan licht door. Dit kind, enkel vreugd en licht, toen hij in deze...

Hoofdstuk IV. De bandiet sterft

Het einde van Marius’ klassieke studie viel samen met de verwijdering van den heer Gillenormand uit de groote wereld. De grijsaard nam afscheid van de voorstad St. Germain en den salon van mevrouw T… en betrok het huis in de straat des Filles-du-Calvaire in het Marais. Hij had er, behalve...

Hoofdstuk V.  Om revolutionair te worden, is ’t zeer goed de mis bij te wonen

Marius had de godsdienstige gewoonten zijner jeugd behouden. Op een Zondag, toen hij in St. Sulpice de mis ging hooren, en wel in dezelfde kapel der H. Maagd, waarheen zijn tante hem geleidde toen hij nog klein was, was hij dien dag afgetrokkener en peinzender dan ooit achter een pilaar...

Hoofdstuk VII. Een vrouw in ’t spel

Wij hebben van een lansier gesproken. Deze was een achterneef van vaders zijde van den heer Gillenormand, die zonder gezin en ver van den huiselijken haard een garnizoensleven leidde. De luitenant Théodule Gillenormand voldeed aan al de voorwaarden, die vereischt worden om een mooi officier te...

Hoofdstuk VIII. Marmer tegen graniet

Daar was Marius ook bij zijn eerste reis geweest. Daar was ’t dat hij telkens wederkeerde, wanneer Gillenormand zeide: „hij blijft van nacht weêr uit.” Luitenant Théodule was geheel en al van zijn stuk gebracht, toen hij zoo onverwacht een graf voor zich zag; hij gevoelde een onaangename,...