Maandag, 20/04/2026 - 02:36

Tag: Boek V. Het nut des ongeluks

Hoofdstuk V. Uitbreiding van den gezichteinder

Bij de wrijving van jeugdige geesten is dit steeds bewonderenswaardig, dat men de vonk of het weerlicht nooit vooruit kan zien. Wat zal er aanstonds flikkeren? Men weet het niet. Uit verteedering kan een uitbarsting van gelach volgen. In het grappigste oogenblik doet de ernst zijn intrede. De...

Hoofdstuk I. Marius behoeftig

Het leven werd streng voor Marius. Zijn kleederen en horloge te verteren, het was hem niets geweest. Nu echter moest hij van een onbeschrijfelijk iets, van niets leven. Verschrikkelijk lot! – want toen kwamen er dagen zonder brood, nachten zonder slaap, avonden zonder licht, een haard zonder...

Hoofdstuk II. Marius is arm

’t Is met de armoede als met alles. Zij wordt eindelijk mogelijk. Ten laatste begint ze een vorm aan te nemen en gewent men er zich aan. Men leidt een plantenleven, dat is, men ontwikkelt zich zwak en slechts genoeg om in ’t leven te blijven. Ziehier op welke wijze Marius de Pontmercy zijn...

Hoofdstuk IV. De heer Mabeuf

Denzelfden dag, toen de heer Mabeuf tot Marius zeide: „zekerlijk, ik keur politieke meeningen goed,” drukte hij den wezenlijken toestand van zijn geest uit. Alle politieke meeningen waren hem onverschillig, en hij keurde ze alle zonder onderscheid goed, mits zij hem met rust lieten, op dezelfde...

Hoofdstuk V. Armoede is een goede gebuur voor ellende

Marius had genegenheid opgevat voor den goeden grijsaard, die langzamerhand tot behoeftigheid verviel en zich allengs verwonderde, zonder zich echter erg te bedroeven. Marius ontmoette Courfeyrac en zocht Mabeuf op. Zeer zelden evenwel; hoogstens een paar keeren in de maand. Marius deed in zijn...

Hoofdstuk VI. De plaatsvervanger

Het toeval wilde, dat het regiment, waarbij de luitenant Theodule behoorde, te Parijs in garnizoen kwam. Dit gaf tante Gillenormand gelegenheid, ten tweedenmale een plan te vormen. Den eersten keer had zij verzonnen, om Marius door Theodule te laten bespieden; nu besloot zij Theodule in Marius’...

Hoofdstuk III. Marius groot geworden

Marius was nu twintig jaren oud. Het was drie jaren geleden, dat hij zijn grootvader had verlaten. Nog altijd was men van weêrszijden op denzelfden voet, zonder eenige toenadering te beproeven of elkander te willen wederzien. En waartoe zou het wederzien ook gediend hebben? Alleen om een botsing...