Tag: Boek VI. De conjunctie van twee sterren.
Hoofdstuk II. En ’t werd licht
In het tweede jaar, juist op het punt, waar wij met onze geschiedenis gekomen zijn, liet Marius, zonder eigenlijk te weten waarom, zijn gewone wandeling in het Luxemburg varen, en []had sinds bijna zes maanden geen voet meer in de laan gezet. Eindelijk ging hij er op een fraaien zomermorgen weêr...
Hoofdstuk III. Werking der lente
Op zekeren zoelen dag was het Luxemburg met schaduw en zonneglans overstroomd; de hemel was zoo helder of de engelen hem des ochtends gereinigd hadden; de musschen tjilpten in de kastanjeboomen; Marius had zijn gansche ziel voor de natuur geopend; hij dacht aan niets; hij leefde slechts en ademde....
Hoofdstuk V. Juffrouw Bougon wordt door verscheidene bliksemstralen getroffen[256]
Den volgenden dag zag juffrouw Bougon – zoo noemde Courfeyrac de oude portierster en huishoudster van het huis Gorbeau, ofschoon zij werkelijk juffrouw Burgon heette – met de uiterste verbazing, dat mijnheer Marius weder in zijn nieuwen rok uitging. Hij wandelde weder naar het...
Hoofdstuk VI Gevangen gemaakt
In een der laatste dagen van de volgende week zat Marius als gewoonlijk op zijn bank met een open boek in de hand, waarvan hij sinds twee uren geen blad had omgeslagen. Eensklaps ontroerde hij. Er gebeurde iets aan het einde der laan. De heer Leblanc en zijn dochter hadden hun bank verlaten en...
Hoofdstuk VII. Gissingen nopens de letter U
De eenzaamheid, de volstrekte afzondering, de trots, de onafhankelijkheid, de liefde voor de natuur, gebrek aan dagelijkschen en stoffelijken arbeid, het inwendige leven, de geheime strijd der kuischheid, de verrukking over de geheele schepping hadden Marius tot de liefde voorbereid. De vereering...
Hoofdstuk VIII. Zelfs invaliden kunnen gelukkig zijn
Vermits wij het woord „onschuld” hebben genoemd en niets willen verzwijgen, moeten wij zeggen dat „zijn Ursula” hem eens, in weerwil van zijn vervoering, ernstig leed veroorzaakte. ’t Was op een dag, dat zij den heer Leblanc er toe overhaalde de bank te verlaten en in de laan te wandelen....
Hoofdstuk IX. Eclips
Men heeft gezien hoe Marius had ontdekt of meende ontdekt te hebben, dat zij Ursula heette. Zijn nieuwsgierigheid nam met zijn liefde toe; ’t was veel, te weten dat zij Ursula heette; maar ’t was eigenlijk ook weinig. Marius had zich drie of vier weken met dit geluk verheugd. Hij wilde thans...
Hoofdstuk IV. Begin eener zware ziekte
Den volgenden dag nam Marius op het gewone uur zijn nieuwen rok, nieuwen pantalon en nieuwe laarzen uit de kast, [143]kleedde zich, trok handschoenen aan – een ongekende weelde – en wandelde naar het Luxemburg. Onderweg ontmoette hij Courfeyrac, maar veinsde hem niet te zien. Toen...















