Maandag, 20/04/2026 - 10:06

Jean Valjeans onzekerheid was ten einde; gelukkig duurde zij nog voort bij de mannen. Hij maakte zich hun aarzeling ten nutte; ’t was voor hen verloren tijd, voor hem tijd gewonnen. Hij verwijderde zich van de deur, waar hij zich verscholen had, en ging door de straat des Postes naar den kant van den Plantentuin. Cosette begon vermoeid te worden; hij nam haar op zijn arm en droeg haar. Er was niemand op de straat, en uithoofde der volle maan brandden de lantaarns niet.

Hij versnelde zijn tred, en had spoedig de pottenbakkerij Goblet bereikt, op welker voorgevel duidelijk in den maneschijn het volgend oude opschrift leesbaar was:

De Goblet fils c’est ici la fabrique;

Venez choisir des cruches et des brocs.

Des pots à fleurs, des tuyaux, de la brique.

A tout venant le Cœur vend des Carreaux.1

Hij liet achter zich de straat de la Clef, voorts de fontein St. Victor, ging door zijstraten langs den Plantentuin en kwam op de kade. Daar zag hij om. De kade en de straten waren eenzaam. Niemand was achter hem. Hij ademde ruimer.

Vervolgens bereikte hij de brug van Austerlitz.

Toenmaals moest nog bruggeld betaald worden.

Hij ging naar ’t brugwachtershuisje en betaalde een sou.

„’t Is twee sous,” zei de invalide op de brug. „Ge draagt een kind dat gaan kan. Gij moet voor twee betalen.”

Hij betaalde, ontevreden dat zijn voorbijgaan tot een opmerking aanleiding had gegeven. Een vlucht moet een gladde doorsluiping zijn.

Een groote kar reed met hem over de brug en ging als hij naar den rechteroever. Dat diende hem. Hij kon in de schaduw dezer kar de brug overgaan.

Midden op de brug wilde Cosette loopen, daar zij den slaap in haar voeten had gekregen. Hij zette haar neder en nam haar bij de hand.

Over de brug zijnde, bespeurde hij een weinig rechts houttuinen; hij ging er op af. Om ze te bereiken, moest hij over een tamelijk groote, vrije en verlichte ruimte gaan. Hij aarzelde niet. Zij, die hem vervolgden, hadden blijkbaar zijn spoor verloren en Jean Valjean achtte zich buiten gevaar. Hij werd wel gezocht; maar niet gevolgd.

Tusschen twee, door muren omsloten, houttuinen liep de kleine straat du Chemin-Vert-Saint-Antoine, een enge, donkere straat, die opzettelijk voor hem gemaakt scheen. Eer hij er in ging, zag hij om.

Van hier kon hij de brug van Austerlitz over haar geheele lengte zien.

Vier donkere gestalten traden juist op de brug.

Deze gestalten hadden den rug naar den Plantentuin gekeerd en gingen naar den rechteroever.

’t Waren de vier mannen.

Jean Valjean rilde als ’t weder betrapte wild.

Slechts één hoop bleef hem; namelijk, dat deze mannen misschien nog niet op de brug waren geweest en hem gezien hadden, op ’t oogenblik dat hij, met Cosette aan de hand, over de verlichte plek ging.

In dat geval kon hij ontkomen, door de kleine straat, die hij voor zich zag, in te slaan, en, zoo mogelijk, de houttuinen te bereiken en in ’t vrije veld te komen.

Hij meende zich in het stille straatje te kunnen vertrouwen en ging er in.


1’t Is hier de fabriek van Goblet zoon; men kan er kruiken, kannen uitzoeken, ook bloempotten, buizen, en baksteenen; aan ieder verkoopt het harte ruiten.

 



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *