Boek IV. De vrienden van het a. B. C.
Hoofdstuk III. Marius is verbaasd
Marius was nu twintig jaren oud. Het was drie jaren geleden, dat hij zijn grootvader had verlaten. Nog altijd was men van weêrszijden op denzelfden voet, zonder eenige toenadering te beproeven of elkander te willen wederzien. En waartoe zou het wederzien ook gediend hebben? Alleen om een botsing...
Hoofdstuk V. Uitbreiding van den gezichteinder
Bij de wrijving van jeugdige geesten is dit steeds bewonderenswaardig, dat men de vonk of het weerlicht nooit vooruit kan zien. Wat zal er aanstonds flikkeren? Men weet het niet. Uit verteedering kan een uitbarsting van gelach volgen. In het grappigste oogenblik doet de ernst zijn intrede. De...
Hoofdstuk VI. Res Augusta
Deze avond had Marius een hevigen schok gegeven en een treurige duisternis in zijn ziel achtergelaten. Hij gevoelde wat de aarde gevoelen moet, wanneer het ploegijzer haar scheurt, opdat de graankorrel er een plaats in vinde; zij voelt alleen de wonde; de trilling der ontkieming en de vreugd der...
Hoofdstuk I. Een groep, die bijna tot de historie had behoord
In dit schijnbaar onverschillig tijdvak, ging er een zekere revolutionaire huivering door ’t land. Een wind, uit de duisternis van 89 en 92 geboren, vloog door de lucht. De jeugd—men vergeve ons deze uitdrukking—begon te ruien. Door de beweging des tijds werd men schier herschapen zonder...















