Tag: Boek IV. De vrienden van het a. B. C.
Hoofdstuk VI. Wat er van komt, als men een kerkmeester ontmoet
Waarheen Marius ging zal men iets verder zien. Marius was drie dagen afwezig: toen kwam hij te Parijs terug, ging regelrecht naar de bibliotheek der universiteit en vroeg de verzamelde Moniteurs. Hij las den Moniteur, hij las de geheele geschiedenis van Republiek en Keizerrijk, het dagboek van...
Hoofdstuk II. Lijkrede van Bossuet op Blondeau
Op een namiddag, die, zooals men zien zal, eenigermate samenhangt met de hiervoor verhaalde gebeurtenissen, stond de „arend van Meaux,” behagelijk tegen den deurpost van het café Musain geleund. Hij leek veel op een cariatide die vacantie had; want hij droeg niets dan zijn peinzerijen. Hij...
Hoofdstuk III. Marius is verbaasd
Marius was nu twintig jaren oud. Het was drie jaren geleden, dat hij zijn grootvader had verlaten. Nog altijd was men van weêrszijden op denzelfden voet, zonder eenige toenadering te beproeven of elkander te willen wederzien. En waartoe zou het wederzien ook gediend hebben? Alleen om een botsing...
Hoofdstuk IV. De achterkamer van het koffiehuis Musain
Denzelfden dag, toen de heer Mabeuf tot Marius zeide: „zekerlijk, ik keur politieke meeningen goed,” drukte hij den wezenlijken toestand van zijn geest uit. Alle politieke meeningen waren hem onverschillig, en hij keurde ze alle zonder onderscheid goed, mits zij hem met rust lieten, op dezelfde...
Hoofdstuk VI. Res Augusta
Deze avond had Marius een hevigen schok gegeven en een treurige duisternis in zijn ziel achtergelaten. Hij gevoelde wat de aarde gevoelen moet, wanneer het ploegijzer haar scheurt, opdat de graankorrel er een plaats in vinde; zij voelt alleen de wonde; de trilling der ontkieming en de vreugd der...















