Tag: Boek III. Vervulling van de belofte aan de stervende gedaan
Hoofdstuk I. De watertoestand te Montfermeil
Montfermeil ligt tusschen Livry en Chelles op den zuidelijken zoom van het hooge bergplat, dat de Ourque van de Marne scheidt. Tegenwoordig is het een tamelijk groot dorp, dat het geheele jaar door met witte villa’s, en des Zondags met uitgedoste burgers versierd is. In 1823 zag men te...
Hoofdstuk III. De menschen moeten wijn, de paarden water hebben
Er waren vier nieuwe reizigers aangekomen. Cosette was in treurige gedachten; want, hoewel eerst acht jaren oud, had zij bereids zooveel geleden, dat zij even sombere mijmeringen had als eene oude vrouw. Haar ooglid was blond, tengevolge van een vuistslag, dien Thénardier haar had gegeven, hetgeen...
Hoofdstuk IV. Een pop komt op het tooneel
De rij kramen strekte zich, zooals men zich herinnert, van de kerk tot aan de herberg van Thénardier uit. Al deze kramen waren, in afwachting der inwoners die naar de middernachtmis zouden gaan, met kaarsen in papieren lantaarns verlicht, ’t geen, zooals de schoolmeester van Montfermeil zeide,...
Hoofdstuk V. De kleine alleen
Dewijl de herberg van Thénardier in dat gedeelte van ’t dorp stond, dat bij de kerk is, moest Cosette het water uit de bron in het bosch naar den kant van Chelles halen. Zij sloeg geen blik meer naar de kramen. Zoolang zij in de Bakkerssteeg en in de nabijheid der kerk was, verlichtten de...
Hoofdstuk VII. Cosette in het donker met den onbekende
Wij hebben gezegd, dat Cosette voor den man niet bevreesd was geweest. Hij sprak haar aan en zeide met ernstige, zachte stem: „De vracht die ge draagt, is te zwaar voor u, mijn kind!” Cosette hief het hoofd op en antwoordde: „Ja, mijnheer.” „Geef hem mij,” hernam de man, „ik zal voor...
Hoofdstuk VIII.Het onaangename van een arme bij zich te ontvangen, die misschien rijk is
Cosette kon zich niet bedwingen een schuinschen blik naar de groote pop te slaan, die nog altijd in de prachtige kraam stond uitgestald; daarna klopte zij aan. De deur werd geopend. Vrouw Thénardier verscheen met een kaars in de hand. „Ha, zijt gij ’t, kleine deugniet! God vergeef me, ge hebt...
Hoofdstuk IX. Thénardier aan ’t werk
Den volgenden morgen, ten minste twee uur vóór het dag was, zat Thénardier bij een kaars in de gelagkamer aan de tafel met een pen in de hand, en maakte de rekening op van den reiziger in de bruine jas. Zijn vrouw stond half gebogen naast hem en zag toe. Zij spraken geen woord. ’t […]
Hoofdstuk X. Wie het beste zoekt, vindt soms het slechtste
Vrouw Thénardier had, als gewoonlijk, haar man laten handelen. Zij verwachtte iets gewichtigs. Toen de vreemde en Cosette weg waren, liet Thénardier een groot kwartier voorbijgaan. Toen ging hij tot haar en toonde haar de vijftienhonderd francs. „Meer niet?” zeide zij. Dit was de eerste keer,...
Hoofdstuk XI. No. 9430 komt weder te voorschijn en Cosette trekt dat lot
Jean Valjean was niet dood. Toen hij in zee viel, of liever er in sprong, was hij, zooals men gezien heeft, niet geboeid. Hij zwom onder water naar een ten anker liggend schip, waaraan een boot was vastgemaakt. Het gelukte hem zich tot den avond in die boot te verbergen. Des nachts ging hij weder...
Hoofdstuk VI. Dat misschien Boulatruelles schranderheid bewijst.
Tegen den avond van dienzelfden Kerstdag van 1823 wandelde een man tamelijk lang op het eenzaamst gedeelte van den boulevard de l’Hôpital te Parijs. Hij scheen een woning te zoeken en bij voorkeur voor de armoedigste huizen van dien bouwvalligen zoom der voorstad St. Marceau te blijven...















