Tag: Boek V. Welks einde het begin niet gelijkt
Hoofdstuk I. De eenzaamheid en de kazerne
De smart van Cosette, vier of vijf maanden geleden zoo grievend en levendig, begon, zelfs zonder dat zij het wist, te verzachten. De natuur, de lente, de jeugd, de liefde voor haar vader, de vroolijkheid der vogels en bloemen, dit alles deed allengs, dag aan dag, druppel voor druppel, in de zoo...
Hoofdstuk III. Opmerkingen van vrouw Toussaint
Dicht bij het hek aan de straat stond in den tuin een steenen bank, die voor het oog der nieuwsgierigen achter struikgewas verborgen was, doch welke desnoods de arm van een voorbijganger door het hek en het struikgewas heen had kunnen bereiken. Op een avond derzelfde maand April was Jean Valjean...
Hoofdstuk IV. Een hart onder een steen
De liefde is de samentrekking der wereld in een eenig wezen; de uitzetting van een eenig wezen tot God. De liefde is de engelengroet aan de starren. Hoe treurig is de ziel als zij treurig door de liefde is! Welk een ledigheid is de afwezigheid van het wezen, dat alleen de wereld vervult. O, hoe...
Hoofdstuk VI. De ouden zijn bestemd om ten geschikten tijde uit te gaan
Toen het avond was ging Jean Valjean uit; Cosette kleedde zich. Zij bracht haar kapsel in orde op de wijze, die haar het best stond, en trok een kleed aan, dat van boven ruim uitgesneden was, waardoor de hals tamelijk ver uitkwam, min of meer „indécent” zooals jonge meisjes zouden zeggen....















