Maandag, 20/04/2026 - 05:42

Tag: Boek VI. Klein picpus

Hoofdstuk I. Kleine Picpus-straat No. 62

Een halve eeuw geleden onderscheidde zich de koetspoort van No. 62 in de kleine Picpus-straat door niets van een gewone koetspoort. Zij stond op verlokkende wijze gewoonlijk halfopen, en zij liet twee dingen zien, die niets treurigs hebben: een binnenplaats, wier muren met wingerden was bedekt, en...

Hoofdstuk II. De regel van Martinus Verga

Dit klooster, dat in 1724 reeds vele jaren in de kleine Picpus-straat bestond, was een Bernardijner nonnenklooster van den regel van Martinus Verga. Deze nonnen behoorden niet aan Clairveaux, gelijk de Bernardijner monniken, maar aan Citeaux, gelijk de Benedictijners. Met andere woorden, de nonnen...

Hoofdstuk III. Strengheden

nstens twee jaren, soms vier jaren, duurt de proeftijd, vier jaren het noviciaat. Zelden kan de gelofte voor het drie-en-twintigste of vier-en-twintigste jaar worden afgelegd. De bernardijner-benedictijner nonnen nemen geen weduwen in haar orde aan. Zij geven zich in haar cellen aan vele onbekende...

Hoofdstuk IV. Vroolijkheid

Desniettemin hebben deze meisjes in dit ernstige huis bekoorlijke herinneringen achtergelaten. Er waren oogenblikken dat de kindsheid in dit klooster schitterde. De klok voor den speeltijd luidde. Een deur draaide op haar hengsels. De vogels dachten: Ha, ziedaar de kinderen! Een stortvloed van...

Hoofdstuk V. Verstrooidheden

Boven de deur van het refectorium stond met groote zwarte letters dit gebed, ’t welk men het „witte Vader ons” noemde en dat de kracht had de menschen regelrecht naar den hemel te voeren. „Klein, wit paternostertje, dat God maakte, dat God sprak, dat God in den hemel bracht. „Toen ik ’s...

Hoofdstuk VI. Het kleine klooster

Op het terrein van Klein-Picpus stonden drie, geheel van elkander verschillende gebouwen: het groot gebouw, door de nonnen bewoond, het pensionaat, met de kweekelingen, en eindelijk het zoogenaamde Kleine Klooster. In dit laatste gebouw, dat een tuin had, woonden gemeenschappelijk oude nonnen van...

Hoofdstuk VII. Eenige silhouetten

In de zes jaren tusschen 1819 en 1825 was de priorin van Klein Picpus jonkvrouwe de Blemeur, in religie genaamd moeder Innocentia. Zij behoorde tot de familie van Marguerite de Blemeur, schrijfster van „Het leven der heiligen van de orde van den H. Benedictus.” Zij was herkozen geworden. Zij...

Hoofdstuk VIII. Post corda lapides

a de geestelijke gesteldheid van het klooster Klein-Picpus te hebben geschetst, zal het niet ongepast zijn in weinige woorden zijn stoffelijke gestalte aan te geven. De lezer heeft daarvan reeds een denkbeeld. Het klooster Petit-Picpus-Saint-Antoine besloeg schier geheel het ongelijkzijdig...

Hoofdstuk IX. Een eeuw onder een nonnen borstdoek

Nu wij ons bezighouden met de bijzonderheden van ’t geen eertijds het klooster Klein Picpus was en een venster hebben durven openen om een blik op dit zwijgend verblijf te slaan, veroorlove de lezer ons nog een kleine uitweiding, die wel is waar vreemd aan het onderwerp van dit boek, maar...

Hoofdstuk X. Oorsprong der eeuwigdurende aanbidding

zonder in het klooster in de straat van den Temple, dat trouwens van een andere orde was, waren bruine gordijnen ]in plaats van zwarte blinden, en zelfs het spreekvertrek was een fraai bevloerd salon, met sierlijke neteldoeksche gordijnen voor de ramen, en allerlei schilderijen aan de wanden: het...

Hoofdstuk XI. Einde van Klein-Picpus

Reeds bij den aanvang der restauratie geraakte het klooster van Klein-Picpus in verval, grootendeels ten gevolge van het uitsterven dezer orde in ’t algemeen, die, gelijk alle geestelijke orden allengs verdwijnt. De bespiegeling is, als het gebed, een behoefte der menschheid; maar zij zal evenals...