Maandag, 20/04/2026 - 05:48
14:58 | 06/10/2019

Inhoud


Eerste deel

Boek I. Een rechtvaardige

  Hoofdstuk I.  M. Myriel
  Hoofdstuk II.  Mijnheer Myriel wordt Monseigneur Bienvenu
  Hoofdstuk III.  Een goede bisschop heeft een moeielijk ambt
  Hoofdstuk IV.  De werken en de woorden één!
  Hoofdstuk V.  Waarom Monseigneur Bienvenu te lang zijn priesterrokken draagt
  Hoofdstuk VI. Door wie hij zijn huis liet bewaren
  Hoofdstuk VII. Cravatte
  Hoofdstuk VIII. Wijsbegeerte na tafel
  Hoofdstuk IX.  De broeder door de zuster geschilderd
  Hoofdstuk X. De bisschop tegenover een onbekend licht
  Hoofdstuk XI. Een voorbehoud
  Hoofdstuk XII. Monseigneur Bienvenu in de afzondering
  Hoofdstuk XIII. Wat hij geloofde
  Hoofdstuk XIV. Wat hij dacht

Boek II. De val

  Hoofdstuk I.  De avond van een dagreize
  Hoofdstuk II. Voorzichtigheid ga met wijsheid gepaard
  Hoofdstuk III. Heldenmoed en lijdelijke gehoorzaamheid
  Hoofdstuk IV.  Bijzonderheden aangaande de kaasmakerijen te Pontarlier
  Hoofdstuk V.  Gerustheid
  Hoofdstuk VI. Jean Valjean
  Hoofdstuk VII. Een blik in de wanhoop
  Hoofdstuk VIII. Het water en de schaduw
  Hoofdstuk IX. Andere grieven
  Hoofdstuk X.  De ontwaking
  Hoofdstuk XI.  Wat hij doet
  Hoofdstuk XII. De bisschop werkt
  Hoofdstuk VIII. De kleine Gervais.

Boek III. Het jaar 1817

  Hoofdstuk I.  Het jaar 1817
  Hoofdstuk II.  Een dubbel viertal
  Hoofdstuk III. Vier paren
  Hoofdstuk IV. Tholomyès is zoo vroolijk, dat hij een Spaansch lied zingt
  Hoofdstuk V.  Bij Bombarda
  Hoofdstuk VI.  Een hoofdstuk, waarin men aanbidt
. Hoofdstuk VII. De geestigheid van Tholomyès
. Hoofdstuk VIII.De dood van een paard
  Hoofdstuk IX. Vroolijk einde der vreugd

Boek IV. Toevertrouwen is somtijds geven

  Hoofdstuk I.  Een moeder die een andere moeder ontmoet
  Hoofdstuk II. ErstEe schets van twee slechte figuren
  Hoofdstuk III. De leeuwerik

Boek V. Steeds dieper zinkende

  Hoofdstuk I.  Geschiedenis van den vooruitgang in de fabrikage der zwarte glaskoralen
  Hoofdstuk II.  Madeleine
  Hoofdstuk III  De gelden bij Laffitte
  Hoofdstuk IV. De heer Madeleine in rouw
  Hoofdstuk V.  Flikkeringen aan den horizon
  Hoofdstuk VI. Vader Fauchelevent[323]
  Hoofdstuk VII. Fauchelevent wordt tuinier te Parijs
  Hoofdstuk VIII. Mevrouw Victurnien geeft dertig francs uit voor de zedelijkheid
  Hoofdstuk IX. Gevolgen der handeling van mevrouw Victurnien
  Hoofdstuk X. Verdere gevolgen
  Hoofdstuk XI. Christus heeft ons vrijgemaakt
  Hoofdstuk XII. Hoe mijnheer Bamatabois zich vermaakt
  Hoofdstuk XIII. Oplossing van eenige stedelijke politie-kwestiën

Boek VI. Javert

  Hoofdstuk I  Begin der rust
  HoofdstukII. Hoe uit een naam een andere kan ontstaan

Boek VII. Het proces champmathieu

  Hoofdstuk I.    Zuster Simplicia
  Hoofdstuk II.    Scherpzinnigheid van Scaufflaire
  Hoofdstuk III.   Een storm onder een hersenpan
  Hoofdstuk IV.   Vormen, die het lijden aanneemt gedurende den slaap
  Hoofdstuk V.    Spaken in de wielen
  Hoofdstuk VI.   Beproeving van zuster Simplicia
  Hoofdstuk VII. De aangekomen reiziger neemt maatregelen om weder te vertrekken
  Hoofdstuk VIII. Bevoorrechte toegang
  Hoofdstuk IX.  Een plaats, waar overtuigingen bezig zijn, zich te vormen
  Hoofdstuk X.   Het stelsel der ontkenningen
  Hoofdstuk VI. Champmathieu hoe langer hoe meer verwonderd

Boek VIII. Terugwerking

  Hoofdstuk I.    In welken spiegel de heer Madeleine zijn haren beziet
  Hoofdstuk II.    Fantine is gelukkig
  Hoofdstuk III.  Javert is tevreden
  Hoofdstuk IV.  Het gezag herneemt zijn rechten
  Hoofdstuk V.   Een behoorlijk graf
 

Tweede deel

Boek I. Waterloo

  Hoofdstuk I.    Wat er op den weg van Nivelles gevonden wordt
  Hoofdstuk II.  Hougomont
  Hoofdstuk III. Den 18 Juni 1815
  Hoofdstuk IV.  A.
  Hoofdstuk V.   Het „duistere iets” der veldslagen
  Hoofdstuk VI. Des namiddags te vier uren
  Hoofdstuk VII. Napoleon in goede luim
  Hoofdstuk VIII.De Keizer doet den gids Lacoste een vraag
  Hoofdstuk IX.  Het onverwachte
  Hoofdstuk X.   Het bergvlak van Mont-Saint-Jean
  Hoofdstuk XI.  Een slechte gids voor Napoleon, een goede gids voor Bulow
  Hoofdstuk XII. De garde
  Hoofdstuk XIII. De catastrophe
  Hoofdstuk XIV. Het laatste carré
  Hoofdstuk XV.  Cambronne
  Hoofdstuk XVI. Quot Libras in Duce?
  Hoofdstuk XVII. Moet men Waterloo goedvinden?
  Hoofdstuk XVIII. Uitbreiding van het „Goddelijk recht”
  Hoofdstuk XIX.  Het slagveld des nachts

Boek II. Het schip de orion

  Hoofdstuk I.   Nommer 24601 wordt 9430
  Hoofdstuk II.  Waarin men twee dichtregels zal lezen die misschien van den duivel zijn
  Hoofdstuk III. Er moet aan de keten vooraf iets geschied zijn, om met één hamerslag te springen83]

Boek III. Vervulling van de belofte aan de stervende gedaan.

  Hoofdstuk I.     De watertoestand te Montfermeil
  Hoofdstuk II.    Voltooiing van twee portretten
  Hoofdstuk III.   De menschen moeten wijn, de paarden water hebben
  Hoofdstuk IV.   Een pop komt op het tooneel
  Hoofdstuk V.    De kleine alleen
  Hoofdstuk VI.  Dat misschien Boulatruelles schranderheid bewijst.
  Hoofdstuk VII. Cosette in het donker met den onbekende
  Hoofdstuk VIII.Het onaangename van een arme bij zich te ontvangen, die misschien rijk is
  Hoofdstuk IX.  Thénardier aan ’t werk
  Hoofdstuk X.   Wie het beste zoekt, vindt soms het slechtste
  Hoofdstuk XI.  No. 9430 komt weder te voorschijn en Cosette trekt dat lot

Boek IV. Het oude huis gorbeau.

  Hoofdstuk I.    Meester Gorbeau
  Hoofdstuk II.   Nest voor uil en vleermuis
  Hoofdstuk III.  Een dubbel ongeluk maakt één geluk

 

Boek V. Een jacht in den nacht met stille honden.

  Hoofdstuk I.      De zigzags der strategie
  Hoofdstuk II.     Gelukkig dat er rijtuigen over de brug van Austerlitz gaan
  Hoofdstuk III.    Men zie den platten grond van Parijs in 1727
  Hoofdstuk IV.    Het rondtasten der vlucht
  Hoofdstuk V.    ’t Geen bij gasverlichting onmogelijk zou zijn
  Hoofdstuk VI.   Begin van een raadsel
  Hoofdstuk VII.  Vervolg van het raadsel
  Hoofdstuk VIII. Het raadsel wordt duisterder
   Hoofdstuk IX.   De man met de schel
  Hoofdstuk X.   Waarin verhaald wordt hoe Javert niets ontdekt

Boek VI. Klein picpus

  Hoofdstuk I.     Kleine Picpus-straat No. 62
  Hoofdstuk II.    De regel van Martinus Verga
  Hoofdstuk III.   Strengheden
  Hoofdstuk IV.   Vroolijkheid
  Hoofdstuk V.    Verstrooidheden
  Hoofdstuk VI.   Het kleine klooster
  Hoofdstuk VII.  Eenige silhouetten
  Hoofdstuk VIII. Post corda lapides
  Hoofdstuk IX.   Een eeuw onder een nonnen borstdoek
  Hoofdstuk X.    Oorsprong der eeuwigdurende aanbidding
  Hoofdstuk XI.   Einde van Klein-Picpus

.Boek VII. Parenthesis.

  Hoofdstuk I.     Het klooster als abstracte idée
  Hoofdstuk II.    Het klooster als historisch feit
  Hoofdstuk III.  Op welke voorwaarden men het verleden kan eerbiedigen
  Hoofdstuk IV.  Het klooster uit het gezichtspunt van beginselen
  Hoofdstuk V.   Het gebed
  Hoofdstuk VI.  Het volstrekt nut van het gebed
  Hoofdstuk VII. Voorzorgen tegen berisping
  Hoofdstuk VIII.Geloof, wet

Boek VIII. De kerkhoven nemen wat men ze geeft

  Hoofdstuk I.     Hoe men in het klooster komt
  Hoofdstuk II.    Fauchelevent tegenover een bezwaar
  Hoofdstuk III.   Moeder Innocentia
  Hoofdstuk IV.  Jean Valjean heeft het voorkomen alsof hij Austin Castillejo had gelezen
  Hoofdstuk V.     Dronkenschap is niet voldoende om onsterfelijk te zijn
  Hoofdstuk VI.   Tusschen vier planken
  Hoofdstuk VII.  Zich niet van zijn stuk laten brengen
  Hoofdstuk VIII. Het goed afgeloopen verhoor
  Hoofdstuk IX.  Besluit
 

Derde deel

Boek I.parijs in zijn atomen bestudeerd

 

Hoofdstuk I.   Parvulus

 

Hoofdstuk II.  Eenige zijner bijzondere kenteekenen

 

Hoofdstuk III. Hij is behagelijk

 

Hoofdstuk IV. Hij kan nuttig zijn

 

Hoofdstuk V.  Zijn grenzen

 

Hoofdstuk VI. Een weinig geschiedenis

 

Hoofdstuk VII. De straatjongen vindt zijn plaats in de klassificatie der Indiën

 

Hoofdstuk VIII. Een vriendelijk woord van den laatsten koning

 

Hoofdstuk IX.  De oude geest van Gallië

 

Hoofdstuk X.  Ecce Paris, ecce Homo

 

Hoofdstuk XI.  Schertsen en heerschen

 

Hoofdstuk XII.  De in het volk besloten toekomst

 

Hoofdstuk XIII.De kleine Gavroche

Boek II. De groote burger

 

Hoofdstuk I.  Negentig jaren en twee-en-dertig tanden

 

Hoofdstuk II. Zoo de man, zoo de woning

 

Hoofdstuk III. Zijn doopnamen

 

Hoofdstuk VI. Een aspirant naar de honderd jaar

 

Hoofdstuk V Basque en Nicolette

 

Hoofdstuk VI. Magnon met hare twee kinderen

 

Hoofdstuk VII. Regel: ontvang alleen des avonds bezoek

 

Hoofdstuk VIII.Twee maken geen paar

Boek III. De grootvader en de kleinzoon

 

Hoofdstuk I.    Een voormalig salon

 

Hoofdstuk II.  Een der roode spoken van dien tijd

 

Hoofdstuk III. Requiescant

 

Hoofdstuk IV. De bandiet sterft

 

Hoofdstuk V.  Om revolutionair te worden, is ’t zeer goed de mis bij te wonen

 

Hoofdstuk VI.  Wat er van komt, als men een kerkmeester ontmoet

 

Hoofdstuk VII. Een vrouw in ’t spel

 

Hoofdstuk VIII. Marmer tegen graniet

Boek IV. De vrienden van het a. B. C.

 

Hoofdstuk I.  Een groep, die bijna tot de historie had behoord

 

Hoofdstuk II.  Lijkrede van Bossuet op Blondeau

 

Hoofdstuk III. Marius is verbaasd

 

Hoofdstuk IV. De achterkamer van het koffiehuis Musain

 

Hoofdstuk V.  Uitbreiding van den gezichteinder

 

Hoofdstuk VI. Res Augusta

Boek V. Het nut des ongeluks

 

Hoofdstuk I.  Marius behoeftig

 

Hoofdstuk II. Marius is arm

 

Hoofdstuk III. Marius groot geworden

 

Hoofdstuk IV. De heer Mabeuf

 

Hoofdstuk  V. Armoede is een goede gebuur voor ellende

 

Hoofdstuk VI. De plaatsvervanger

Boek VI. De conjunctie van twee sterren.

 

Hoofdstuk I.  Hoe familienamen ontstaan

 

Hoofdstuk II. En ’t werd licht

 

Hoofdstuk III. Werking der lente

 

Hoofdstuk IV. Begin eener zware ziekte

 

Hoofdstuk V.  Juffrouw Bougon wordt door verscheidene bliksemstralen getroffen[256]

 

Hoofdstuk VI  Gevangen gemaakt

 

Hoofdstuk VII. Gissingen nopens de letter U

 

Hoofdstuk VIII. Zelfs invaliden kunnen gelukkig zijn

 

Hoofdstuk IX. Eclips

Boek VII. Patron-minette

 

Hoofdstuk I.   De mijnen en de mijnwerkers

 

Hoofdstuk II. De diepte

 

Hoofdstuk III. Babet, Gueulemer, Claquesous en Montparnasse

 

Hoofdstuk IV. Samenstelling der bende

Boek VIII. De slechte arme

 

Hoofdstuk I.  Marius zoekt een meisje met een hoed, en ontmoet een man met een pet

 

Hoofdstuk II.    Een vond

 

Hoofdstuk III.   Vier brieven

 

Hoofdstuk IV.   Een roos in ellende

 

Hoofdstuk V.    Het spiegat

 

Hoofdstuk VI.   De wilde mensch in zijn hol

 

Hoofdstuk VII.  Strategie en tactiek

 

Hoofdstuk VIII. Een lichtstraal in het hol

 

Hoofdstuk IX.   Jondrette weent bijna

 

Hoofdstuk X.    Tarief der huurrijtuigen: twee francs in ’t uur

 

Hoofdstuk XI.   Dienstaanbieding van de armoede aan de smart

 

Hoofdstuk XII.  Besteding van het vijffrancsstuk van den heer Leblanc

 

Hoofdstuk XIII. Twee alleen bidden niet op een afgelegen plaats

 

Hoofdstuk XIV. Waarin een politieagent twee pistolen aan een advocaat geeft

 

Hoofdstuk XV.  Jondrette doet inkoopen

 

Hoofdstuk XVI. Het liedje op een Engelsche wijs, in 1832 in de mode

 

Hoofdstuk XVII. Hoe het vijffrancsstuk van Marius besteed werd

 

Hoofdstuk XVIII. De twee stoelen van Marius staan tegenover elkander

 

Hoofdstuk XIX.  Een donkere achtergrond

 

Hoofdstuk XX.  De hinderlaag

 

Hoofdstuk XXI. Men moet altijd eerst de offers vatten

 

Hoofdstuk XXII. De kleine die in het tweede deel schreeuwde


Vierde deel.

Boek I. Eenige bladzijden geschiedenis

  Hoofdstuk I.   Goed gesneden
  Hoofdstuk II.  Slecht genaaid
  Hoofdstuk III. Lodewijk Filips
  Hoofdstuk IV. Scheuren in de fundamenten
  Hoofdstuk V.  Feiten, waaruit de geschiedenis voortkomt, maar welke de geschiedenis niet kent
  Hoofdstuk VI. Enjolras en zijn luitenants

Boek II. Eponine.

     Hoofdstuk I.  Het veld van de Leeuwerik
  Hoofdstuk II. Het ontstaan van de kiemen der misdaden in de gevangenissen
  Hoofdstuk III. Vader Mabeuf heeft een verschijning
  Hoofdstuk IV. Marius heeft een verschijning

Boek III. Het huis in de straat plumet

  Hoofdstuk I.  Het verborgen huis
  Hoofdstuk II. Jean Valjean nationale garde
  Hoofdstuk III. Bladeren en bloesems
  Hoofdstuk IV. Verandering van het hek
  Hoofdstuk V.  De roos bespeurt dat zij een wapen is[356]
  Hoofdstuk VI. De veldslag begint
  Hoofdstuk VII.Tegen treurigheid nog grooter treurigheid
  Hoofdstuk VIII.De galeiketen

Boek IV. Hulp van beneden kan soms hulp van boven zijn

  Hoofdstuk I. Uitwendige verwonding, inwendige genezing
  Hoofdstuk II. ’t Is voor moeder Plutarchus niet moeielijk een 
  Hoofdstuk III. Verschijnsel te verklaren

Boek V. Welks einde het begin niet gelijkt

  Hoofdstuk I.  De eenzaamheid en de kazerne
  Hoofdstuk II. Vrees van Cosette
  Hoofdstuk III. Opmerkingen van vrouw Toussaint
  Hoofdstuk IV. Een hart onder een steen
  Hoofdstuk V.  Cosette na den brief
  Hoofdstuk VI. De ouden zijn bestemd om ten geschikten tijde uit te gaan

Boek VI. De kleine gavroche

  Hoofdstuk I. Ondeugende streek van den wind
  Hoofdstuk II. Hoe de kleine Gavroche zich Napoleon den Groote ten nutte maakt
  Hoofdstuk III. De ontvluchting

Boek VII. De dieventaal

  Hoofdstuk I. De weenende en de lachende dieventaal
  Hoofdstuk II. De twee plichten: waken en hopen

Boek VIII. Verrukking en droefheid

  Hoofdstuk I.   Helderheid
  Hoofdstuk II.  De bedwelming van het volmaakte geluk
  Hoofdstuk III. Begin der schaduw
  Hoofdstuk IV. De hond
  Hoofdstuk V.  Des nachts
  Hoofdstuk VI. Marius keert in zooverre tot de werkelijkheid terug, dat hij aan Cosette zijn adres geeft
  Hoofdstuk VII. Het jonge en het oude hart tegenover elkander

Boek IX. Waarheen gaan zij

  Hoofdstuk I.  Jean Valjean
  Hoofdstuk II.  Marius
  Hoofdstuk III. De heer Mabeuf

Boek X. De vijfde juni 1832

  Hoofdstuk I.   Het oppervlakkige der quaestie
  Hoofdstuk II.  De grond der quaestie
  Hoofdstuk III.  Een begrafenis: kans tot wedergeboorte
  Hoofdstuk IV. De gistingen van eertijds
  Hoofdstuk V.   Eigenaardigheid van Parijs

Boek XI. Het stofdeeltje verbroedert zich met den orkaan

  Hoofdstuk I.  Eenige ophelderingen nopens den oorsprong van Gavroches poëzie.-Invloed van een lid der academie op deze poëzie
  Hoofdstuk  II. Gavroche op marsch
  Hoofdstuk III. Billijke verontwaardiging van een kapper en een barbier[358]
  Hoofdstuk IV. De knaap verwondert zich over den grijsaard
  Hoofdstuk V.  De grijsaard
  Hoofdstuk VI. Recruten

Boek XII. Corinthe

  Hoofdstuk I.  Geschiedenis van Corinthe sinds zijn stichting
  Hoofdstuk II. Voorloopige vroolijkheid
  Hoofdstuk III. De nacht daalt op Grantaire
  Hoofdstuk IV. Pogingen van troost op de weduwe Hucheloup
  Hoofdstuk V.  De toebereidselen
  Hoofdstuk VI. In afwachting
  Hoofdstuk VII.De man, dien men in de Billettes-straat had ontmoet
  Hoofdstuk VIII. Erscheidene vraagteekens betreffende een zekeren le Cabuc, die misschien niet le Cabuc heette

Boek XIII. Marius treedt in de schaduw.

  Hoofdstuk I.   Van de straat Plumet naar de wijk St. Denis
  Hoofdstuk II.  Parijs uit de uilenvlucht gezien
  Hoofdstuk III. De uiterste rand

Boek XIV. De grootheid der wanhoop

  Hoofdstuk I.   De vlag: eerste bedrijf
  Hoofdstuk II.  De vlag: tweede bedrijf
  Hoofdstuk III. Gavroche had beter gedaan de karabijn van Enjolras te nemen
  Hoofdstuk IV. Het vaatje buskruit
  Hoofdstuk V.  Einde van Jean Prouvaires gedicht
  Hoofdstuk VI. Het zieltogen des doods na het zieltogen des levens
  Hoofdstuk VII. Gavroche, een diepzinnig berekenaar der afstanden

Boek XV. De rue de l’homme armé

  Hoofdstuk I.  Drinker, babbelaar
  Hoofdstuk II. De straatjongen een vijand van lichten
  Hoofdstuk III.Terwijl Cosette en vrouw Toussaint slapen
  Hoofdstuk IV. Overdreven ijver van Gavroche

 

Vijfde deel


Inhoud

Boek I. De oorlog tusschen vier muren

  Hoofdstuk I.   De Charybdis der voorstad St. Antoine en de Scylla der voorstad van den Tempel
  Hoofdstuk II.  Wat kan men anders in den afgrond doen dan praten
  Hoofdstuk III. Verlichting en verduistering
  Hoofdstuk IV. Vijf minder, een meer
  Hoofdstuk V.  Welken horizont men van de kruin der barricade ziet
  Hoofdstuk VI. Marius verwilderd, Javert laconisch
  Hoofdstuk VII. De toestand wordt erger
  Hoofdstuk VIII.De artilleristen nemen het ernstig op
  Hoofdstuk IX.  Aanwending van het oude wildstrooperstalent en van het onfeilbaar schot, dat op de veroordeeling van 1796 van invloed is geweest
  Hoofdstuk X.   De dageraad
  Hoofdstuk XI.  Het geweerschot dat niets mist en niemand doodt
  Hoofdstuk XII. De wanorde als handlanger der orde
  Hoofdstuk XIII. Voorbijgaande flikkeringen
  Hoofdstuk XIV. Waarin men den naam van Enjolras’ geliefde lezen zal
  Hoofdstuk XV.  Gavroche buiten
  Hoofdstuk XVI. Hoe men van broeder vader wordt
  Hoofdstuk XVII. De doode vader wacht den stervenden zoon[300]
  Hoofdstuk XVIII.De gier prooi geworden
  Hoofdstuk XIX. Jean Valjean wreekt zich
  Hoofdstuk XX.   De dooden hebben gelijk en de levenden geen ongelijk
  Hoofdstuk XXI.  De helden
  Hoofdstuk XXII. Voet voor voet
  Hoofdstuk XXIII.Orestes nuchter en Pylades dronken
  Hoofdstuk XXIV. Gevangene

Boek II. De ingewanden van den leviathan

  Hoofdstuk I.   De aarde door de zee verarmd
  Hoofdstuk II.  De oude geschiedenis der riolen
  Hoofdstuk III. Bruneseau
  Hoofdstuk IV. Onbekende bijzonderheden
  Hoofdstuk V.  Tegenwoordige vooruitgang
  Hoofdstuk VI. Toekomstige vooruitgang

Boek III. Slijk, echter ziel

  Hoofdstuk I.   Het riool en zijn verrassingen
  Hoofdstuk II.   Verklaring
  Hoofdstuk III.  De vervolgde man
  Hoofdstuk IV.  Ook hij draagt zijn kruis
  Hoofdstuk V.   Zoowel voor het zand als voor de vrouw is er een verraderlijke fijnheid
  Hoofdstuk VI.   De modderwel
  Hoofdstuk VII.  De uiterste nood
  Hoofdstuk VIII. Het afgescheurde rokspand
  Hoofdstuk IX.   Marius schijnt dood voor iemand die er verstand van heeft
  Hoofdstuk X.    Terugkeer van den verloren zoon tot het leven[301]
  Hoofdstuk XI.   Verbazing
  Hoofdstuk XII.  De grootvader

Boek IV. Javert uit het spoor.

 

Hoofdstuk I. Javert uit het spoor

151

Boek V. De kleinzoon en de grootvader.

  Hoofdstuk I.   Men ziet den boom weder met den zinkpleister
  Hoofdstuk II.  Marius uit den burgeroorlog gekomen, bereidt zich tot den huiselijken oorlog
  Hoofdstuk III. Marius’ aanval
  Hoofdstuk IV. Mejuffrouw Gillenormand vindt het eindelijk niet kwaad meer, dat mijnheer Fauchelevent iets onder den arm medebracht
  Hoofdstuk V.  Men belegge zijn geld liever in een bosch dan bij een notaris
  Hoofdstuk VI. De beide oude lieden doen, ieder op zijn wijze, alles om Cosette gelukkig te maken
  Hoofdstuk VII. De uitwerksels van den droom op het geluk
  Hoofdstuk VIII.Twee onmogelijk weder te vinden mannen

Boek VI. De slapelooze nacht

  Hoofdstuk I.   De 16 Februari 1833
  Hoofdstuk II.  Jean Valjean draagt steeds den arm in een lichter
  Hoofdstuk III. De onafscheidbare
  Hoofdstuk IV. Immortale jecur

Boek VII. De laatste teug uit den beker

  Hoofdstuk I.   De zevende cirkel en de achtste hemel
  Hoofdstuk II.  De duisterheden, welke een openbaring kan bevatten

Boek VIII. De afneming der duisternis

  Hoofdstuk I.  De benedenkamer
  Hoofdstuk II.  Andere schreden achterwaarts
  Hoofdstuk III. Zij herinneren zich den tuin in de straat Plumet
  Hoofdstuk IV. Aantrekking en uitdooving

Boek IX. Zwaarste schaduw, helderst morgenrood

  Hoofdstuk I.   Medelijden met de ongelukkigen, maar toegevendheid voor de gelukkigen
  Hoofdstuk II.  Laatste flikkeringen der lamp zonder olie
  Hoofdstuk III. Een pen is zwaar voor dengene, die de kar van Fauchelevent oplichtte
  Hoofdstuk IV. Zwarte inkt die wit maakt
  Hoofdstuk V.  Nacht, waarachter de dag is
  Hoofdstuk VI. Het gras verbergt en de regen wischt uit

 

 



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *