Dinsdag, 10/03/2026 - 15:00

Chưa xác định tên


Hoofdstuk I. De Charybdis der voorstad St. Antoine en de Scylla der voorstad van den Tempel

De beide merkwaardigste barricaden, waarvan de opmerker der maatschappelijke ziekten weet, behooren niet tot het tijdvak waarin de behandeling van dit boek valt. Deze barricaden, beide, onder verschillende gezichtspunten, de zinnebeelden van een vreeselijken toestand, verrezen uit de aarde tijdens...

Hoofdstuk III. Verlichting en verduistering

Enjolras was op verkenning uitgegaan. Langs de huizen sluipend had hij zich door de steeg Mondétour begeven. De opstandelingen, wij moeten het zeggen, waren met hoop vervuld. De wijze, waarop zij den nachtelijken aanval hadden [18]afgeslagen, deed hen reeds bij voorbaat den aanval van den...

Hoofdstuk V. Welken horizont men van de kruin der barricade ziet

De toestand van allen, in dit noodlottig uur en op deze plaats zonder erbarmen, had de diepe droefgeestigheid van Enjolras opgewekt en ten top gevoerd. Enjolras was geheel vervuld van de revolutie, hij was echter zoo onvolledig als het absolute wezen kan; hij had te veel van Saint Just en te weinig...

Hoofdstuk VI. Marius verwilderd, Javert laconisch

Zeggen wij nu wat in de gedachten van Marius omging. Men herinnere zich zijn gemoedsstemming. Wij hebben reeds gezegd, dat alles voor hem slechts een visioen meer was. Zijn begrip was verward. Marius was, wij moeten hierop drukken, in de schaduw der groote donkere vleugels, die over de zieltogenden...

Hoofdstuk VII. De toestand wordt erger

Het daglicht nam spoedig toe. Maar geen venster, geen deur opende zich. ’t Was de morgenstond, maar niet de ontwaking. Het einde der straat Chanvrerie tegenover de barricade was, zooals wij gezegd hebben, door de troepen ontruimd; zij scheen vrij en bood de voorbijgangers een akelige stilte aan....

Hoofdstuk VIII. De artilleristen nemen het ernstig op

Men omringde Gavroche. Maar hij had den tijd niet, iets te verhalen. Marius nam hem huiverend ter zijde en vroeg: „Wat komt ge hier doen?” „Wel,” hernam de knaap. „En gij dan?” En met stoute onbeschaamdheid zag hij Marius strak aan. Zijn oogen werden grooter door de fiere helderheid...

Hoofdstuk IX.  Aanwending van het oude wildstrooperstalent en van het onfeilbaar schot, dat op de veroordeeling van 1796 van invloed is geweest

De meening in de barricade was verschillend. Het kanon zou weder gelost worden. Onder zulk een schrootvuur kon men het niet langer dan een kwartieruurs uithouden. ’t Was een volstrekte noodzakelijkheid het schrootvuur onschadelijk te maken. Enjolras gaf bevel: „Er moet daar een matras gelegd...

Hoofdstuk X. De dageraad

Op dit oogenblik ontwaakte Cosette. Haar kamer was klein, net, stil, met een hoog venster naar het oosten, op de achterplaats van het huis uitziende. Cosette wist niets van ’t geen in Parijs gebeurde. Zij was den vorigen avond er niet bij en reeds naar haar kamer gegaan, toen vrouw Toussaint...

Hoofdstuk XI. Het geweerschot dat niets mist en niemand doodt

Het vuur der aanvallers hield aan. Het geweer- en het schrootvuur wisselden elkander af, zonder inderdaad veel schade te veroorzaken. Alleen het bovengedeelte van den gevel van Corinthe leed; het venster der eerste verdieping en de dakvensters, die door geweerkogels en kartetsen doorboord waren,...

Hoofdstuk XII. De wanorde als handlanger der orde

Bossuet fluisterde Combeferre in ’t oor: „Hij heeft op mijn vraag niet geantwoord.” „’t Is een man, die goed doet met geweerschoten,” zei Combeferre. Zij, die nog eenige herinnering van dien reeds verwijderden tijd bewaard hebben, weten, dat de nationale garde der voorstad zich dapper...

Hoofdstuk XIII. Voorbijgaande flikkeringen

In den chaos van gevoelens en hartstochten, die een barricade verdedigen, is van alles: dapperheid, jeugd, eergevoel, geestdrift, ideaal, overtuiging, de hardnekkigheid van den speler en bovenal tusschenpoozen van hoop. Zulk een tusschenpoozing, een dier onduidelijke stralen van hoop, schoot...

Hoofdstuk XIV. Waarin men den naam van Enjolras’ geliefde lezen zal

Courfeyrac, die dicht bij Enjolras op een steen zat, schold steeds op het kanon, en telkens, wanneer met donderend gerucht die noodlottige kogelwolk voorbijvloog, welke men schroot noemt, had hij er een spottend woord voor. „Gij vermoeit uw longen tevergeefs, mijn arme lompe oude; het spijt mij,...

Hoofdstuk XV. Gavroche buiten

Eensklaps zag Courfeyrac iemand, onder aan de barricade, buiten op de straat, in den kogelregen. Gavroche had een flesschenmand uit de herberg genomen, was door de snijding uitgegaan en rustig bezig met de volle patroontasschen der voor de barricade gesneuvelde nationale garden in zijn mand te...

Hoofdstuk XVI. Hoe men van broeder vader wordt

In ditzelfde oogenblik waren in den tuin van het Luxembourg, – want de blik van het drama moet overal zijn. – twee kinderen, die elkander bij de hand hielden. Het een mag vijf, het andere zeven jaar oud zijn geweest. Zij waren doornat van den regen en gingen door de lanen aan de...

Hoofdstuk XVII. De doode vader wacht den stervenden zoon[300]

Marius was uit de barricade gesprongen. Combeferre was hem gevolgd. Maar het was te laat. Gavroche was dood. Combeferre keerde terug met de mand patronen; Marius met den knaap. „Helaas!” dacht hij; wat de vader voor zijn vader had gedaan, deed hij voor den zoon; maar Thénardier had zijn vader...

Hoofdstuk XVIII. De gier prooi geworden

Wij moeten hier op een psychologisch feit wijzen, dat den barricaden eigen is. Niets van ’t geen dezen merkwaardigen straatoorlog karakteriseert mag worden voorbijgezien. Hoe de zonderlinge rust ook zijn moge, die in de barricade heerscht, en waarvan wij gesproken hebben, zij blijft voor degenen...

Hoofdstuk XIX. Jean Valjean wreekt zich

Toen Jean Valjean met Javert alleen was, maakte hij het touw los, waarmede de gevangene om het lijf was gebonden en welks knoop zich onder de tafel bevond. Daarna wenkte hij hem op te staan. Javert gehoorzaamde met dien onbeschrijfelijken glimlach, waarin zich het overwicht van het geboeide gezag...

Hoofdstuk XX. De dooden hebben gelijk en de levenden geen ongelijk

De doodsstrijd der barricade zou beginnen. Alles werkte mede tot de treurige majesteit van dezen laatsten oogenblik; duizend geheimzinnige geluiden in de lucht, het gerucht van zich in de straten in beweging zettende drommen, die men niet zag; het galoppeeren der cavalerie, de zware schudding der...

Hoofdstuk XXI.  De helden

Eensklaps sloeg de trom den stormmarsch. De aanval was een orkaan. Den vorigen avond was de barricade in de duisternis en in stilte als door een boa genaderd. Thans, op klaarlichten dag, was in deze wijde straat een overrompeling bepaald onmogelijk; bovendien had het geweld zich ontmaskerd, het...

Hoofdstuk XXII. Voet voor voet

Toen er geen levende aanvoerders meer waren dan Enjolras en Marius aan beide einden der barricade, zwichtte het centrum, dat Courfeyrac, Joly, Bossuet, Feuilly en Combeferre zoo lang verdedigd hadden. Het kanon had het midden der barricade deerlijk gehavend, zonder echter een voldoende bres te...

Hoofdstuk XXIII.Orestes nuchter en Pylades dronken

Eindelijk elkander tot ladder gebruikende, zich van ’t overschot der trap bedienende, langs de muren opklauterend, zich aan de zoldering klemmend en op den rand van het trapluik zelfs de laatsten die zich verdedigden neersabelend, vielen ongeveer twintig belegeraars, soldaten, nationale,...

Hoofdstuk XXIV. Gevangene

Marius was inderdaad een gevangene, de gevangene van Jean Valjean. De hand, die hem van achter had omvat, op het oogenblik dat hij viel, en welke omvatting hij, toen hij bewusteloos werd, nog gevoeld had, was die van Jean Valjean. Jean Valjean had geen ander deel aan het gevecht genomen dan er zich...

Hoofdstuk I. De aarde door de zee verarmd

Parijs werpt jaarlijks vijf-en-twintig millioen francs in het water. En dit is geen beeldspraak. Hoe en op welke wijze? Dag en nacht. Met welk doel? Zonder eenig doel. Met welke gedachte? Zonder eenige gedachte. Waarom? Om niets. Door welk orgaan? Door zijn ingewanden. Welke zijn zijn ingewanden?...

Hoofdstuk II. De oude geschiedenis der riolen

Men verbeelde zich Parijs als een deksel opgelicht, en het onderaardsche riolennet, uit de hoogte gezien, zal op beide oevers eenigermate ’t voorkomen hebben van een grooten tak, die aan de rivier ingeënt is. Op den rechteroever zal het ringriool de stam van dien tak zijn, de bijriolen zullen de...